Aspergillus / Invasieve aspergillose (proven, probable and possible)

Opmerkingen

Therapie: Voriconazol

dag 1: 2 dd 6 mg/kg po/iv,

dag 2-7: 2 dd 4 mg/kg po/iv,

daarna op geleide van dalspiegels

Op dag 3, 7 en 10 en 14 meten van een dalspiegel ( daarna in overleg)

Streefwaarde tussen 1.5 en 5.5 mg/l. Aangezien de dosering van voriconazol op dag 2 en 8 van de therapie volgens bovenstaand schema standaard wordt verlaagd, wordt geadviseerd de dosisaanpassing op basis van de spiegel afgenomen op dag 3 alleen door te voeren bij een te lage spiegel of bij een te hoge spiegel in combinatie met duidelijke klinische aanwijzingen voor toxiciteit. Overleg hierover met de consulent infectieziekten / medische microbiologie.

 

Salvage therapie bij progressie van probable of proven aspergillus infectie tijdens behandeling met voriconazol (met adequate voriconazolspiegels): voriconazol vervangen door ambisome iv 3 mg/kg 1dd (bij verdenking op een dubbelinfectie met een andere schimmel, bijvoorbeeld zygomyceten, dosering ambisome iv minimaal 5 mg/kg 1dd).

Bij possible aspergillose is de diagnose onzeker en bestaat de mogelijkheid dat het klinisch beeld door een andere schimmel wordt veroorzaakt. Bij progressie van possible aspergillose onder voriconazol is het daarom van belang om diagnostiek te herhalen (aspergillus antigeen op serum en/of BAL, schimmelkweek BAL, weefseldiagnostiek) en voriconazol te vervangen door een antifungaal middel met een breder spectrum dat ook zygomyceten dekt (ambisome iv minimaal 5 mg/kg 1dd).

Behandelingsduur is minstens 4 weken maar mede bepaald door herstel immuniteit. Zo wordt de behandeling bij patiënten die op korte termijn een allogene stamceltransplantatie zullen ondergaan verdergezet tot na deze transplantatie omdat het risico op recidief op dat moment erg hoog is.

Tabletten en suspensie minstens één uur voor of één uur na de maaltijd innemen! Controleer leverenzymes. Cave interacties CYP450.